Het uitstapje

De dames kwebbelden dat het een lieve lust was. Voor hen was het de eerste keer dat ze een daguitstapje deden, en ze lieten het zich welgevallen. De zon scheen aan een wolkenloze hemel terwijl het heuvelachtige landschap voorbijflitste.
"Nou, ik ben eens benieuwd," sprak Gerda. Met grote ogen keek ze naar buiten, en ze nam elk detail in het landschap in zich op.
"Als ik geweten had welke mooie landschappen er allemaal te zien zijn…" zuchtte ze.
"Haha, Gerda," schaterde Irma, "wat had je dan gedaan? Ervan door gaan?" Enkele andere vriendinnen vielen haar lachend bij.
"Dat had ik wel eens willen zien: Gerda trekt de wijde wereld in. Het échte leven is niet zo romantisch als in de boekjes hoor!" treiterde Frieda.
"Nou, ik wil anders best nog wel eens van bil met één van die stoere jongens daar aan de kant van de weg," kirde Irčne met haar typische Hollandse accent, terwijl ze gebaarde naar een stelletje doelloos rondhangende kerels, een eindje van de weg af. Ook dat werd op algemeen gelach onthaald. Irčne was namelijk niet alleen uit Nederland ingeweken, ze was ongetwijfeld ook de molligste van het gezelschap – en dat wilde al wat zeggen, want elk van de dames kon best wel wat pondjes missen.
"Wel Irčne, zullen we de chauffeur vragen even te stoppen? Ik ben ervan overtuigd dat die jongens best wel een stevige brok lusten…"

Als het reisje al geen evenement op zich was, dan maakten de dames van het kransje het er wel van. Tot nu toe was hun wereld immers beperkt gebleven tot hun onmiddellijke omgeving : huisje, tuintje en kindertjes. Om een of andere reden waren ze daar nooit weggeraakt, maar tegelijk hadden ze nooit het gevoel gehad dat ze iets misten … Bovendien bestonden er tussen de dames hechte vriendschapsbanden, en waarom zouden ze in deze verwarde, gevaarlijke tijden het risico lopen een veilig bestaan in te ruilen voor de onzekerheid van de buitenwereld?
Wat er ook van zij, nu was het zover: ze konden er eens uit. De reisorganisator had ervoor gezorgd dat voor de dames alles geregeld werd, en ze zich geen zorgen hoefden te maken. Van de bestemming had hij een verrassing gemaakt. "Het is iets anders," had hij hen toevertrouwd, "en ze zijn er gewoon aan groepsbezoeken. Je zal zien : je bent er gewoon weg van." En daarmee konden ze het doen.
Sommige dames weigerden aanvankelijk mee te gaan als ze niet van tevoren wisten waar de reis naartoe zou gaan, maar de anderen overhaalden hen al snel.
"Kom op," zeiden ze, "da’s nou net het spannende, dat ’t een verrassing is. En wat ŕls het tegenvalt, we zijn er toch eens mee weg, en da’s het voornaamste." Maar bij het instappen hadden de laatste twijfelaars toch nog een kleine por nodig om hen over de streep te trekken.
Uiteindelijk was niemand achtergebleven, behalve Marina. Die was gisteren ziek geworden, en niemand had haar meer gezien. Men veronderstelde dat ze in het ziekenhuis lag. De dames hadden het voornemen gemaakt op hun bestemming een postkaartje naar haar op te sturen.

"Tochten doet het hier anders wel," mopperde Fien. "Mijn botten kraken onder de reumatiek".
"Of onder het gewicht, zeker," spotte Frieda, die eigenlijk geen recht van spreken had op dat gebied. "Ik wil het raampje best dichtdoen, maar het lukt niet. ’t Is anders warm genoeg buiten, het hindert toch niet echt."
Dat het vervoer beter had gekund, daar was iedereen het wel over eens. Eigenlijk was er onvoldoende plaats voor iedereen – blijkbaar was de ruimte niet voorzien voor zulk een gewichtig gezelschap – en de vloer was behoorlijk vies. Maar de dames lieten het niet aan hun hart komen.

Een plotse bocht bracht iedereen uit evenwicht, en ineens merkte Gerda op: "Een bedrijf, potverdikke."
Ze reden inderdaad een lange oprijlaan naar een groot bedrijf op. Het rook er bepaald onfris, en schoonheid was er ver te zoeken. De dames keken elkaar onbegrijpend aan, maar nog voor ze van hun verrassing bekomen waren, stonden ze stil. De chauffeur opende de deur, en sommeerde hen bars om uit te stappen. De dames die net iets te traag reageerden kregen een kwaadwillige por tussen de ribben of een onbeschaamde klets op de billen.
"Hola, wat moet dat betekenen?" gilde Irčne.

En toen hoorde Gerda de chauffeur tegen een man in een bevlekte overall zeggen: "Dat zijn de beesten van Hendrickx. Gisteren is daar eentje aan de dollekoeienziekte gecrepeerd, en nu moet het hele zootje eraan. Zonde, zulke knappe koebeesten …"

<< Terug